de Verloskundige

Onderzoeksresultaten screeningstest NIPT eerste jaar bekend

18 juni 2018

Sinds 1 april 2017 is de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) in onderzoeksverband beschikbaar voor alle zwangere vrouwen in Nederland. Met de NIPT kunnen zwangere vrouwen door middel van een screening van het eigen bloed, hun ongeboren kind testen op het syndroom van Down, Edwards of Patau. De NIPT is een screeningstest. Een andere screeningstest is de combinatietest. Je bepaalt zelf of je een van de testen wilt laten uitvoeren. De kosten voor de NIPT zijn 175 euro, vergelijkbaar met de 170 euro voor de combinatietest. 

Een jaar lang is er onderzoek gedaan naar deze nieuwe NIPT-regeling. De onderzoeksresultaten zijn op 18 juni bekendgemaakt. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zwangere vrouwen vaker kiezen voor een NIPT dan voor de combinatietest. Daarnaast blijken de resultaten van de NIPT nauwkeuriger dan verwacht.

De cijfers

In het eerste jaar hebben ongeveer 73.000 zwangeren de NIPT laten doen. Dit komt neer op zo'n 42% van alle zwangere vrouwen in Nederland. Ongeveer 3% van de zwangeren deed de combinatietest. Vóór de introductie van de NIPT koos 34% van de zwangeren voor screening met de combinatietest (cijfers 2016). Daarnaast liet een onbekend deel van de zwangeren de NIPT in het buitenland doen, waardoor het werkelijke percentage zwangeren dat in 2016 koos voor screening hoger lag.

In 0,3% van de zwangerschappen waarbij de NIPT wordt gedaan, worden er aanwijzingen gevonden dat het ongeboren kind downsyndroom heeft. Voor edwards- en patausyndroom is dat ieder 0,1%. Uit onderzoek blijkt dat de NIPT vaker klopt dan verwacht. Als er bij combinatietest blijkt dat er een verhoogde kans is van een aandoening, is de kans dat hier daadwerkelijk sprake van is gemiddeld 5%. Wordt er een afwijking gevonden na de NIPT, dan was – naar verwachting – de kans dat dit daadwerkelijk zo is 75%. Uit het onderzoek blijkt nu dat dit percentage gemiddeld veel hoger ligt dan 75%. Ook voor edwards- en patausyndroom liggen de percentages hoger.

Als er na NIPT aanwijzingen zijn voor een chromosoomafwijking is, om zekerheid te krijgen, vervolgonderzoek nodig (vlokkentest of vruchtwaterpunctie). Dit komt omdat de NIPT een afwijkende uitslag kan geven terwijl het ongeboren kind geen aandoening heeft. De NIPT uitslag klopt niet altijd, omdat het geteste DNA in het bloed van de moeder afkomstig is van de moederkoek. Soms is er in de moederkoek wel een afwijking die niet bij het kind aanwezig is.

Nevenbevindingen

Van de vrouwen die kiezen voor NIPT kiest de meerderheid (ongeveer 78%) van de zwangeren om ook andere bevindingen dan down-, edwards-, en patausyndroom te horen, de zogenaamde nevenbevindingen. Het gaat dan om zeldzame, ernstige chromosomale afwijkingen bij het kind, of om afwijkingen van de moederkoek. In uitzonderlijke gevallen wordt een afwijking gevonden bij de moeder. In het eerste jaar werd aan 0,4% van de zwangeren een nevenbevinding gerapporteerd. 

Meer informatie

In studie-verband wordt onderzocht hoe NIPT het beste in Nederland ingevoerd kan worden (TRIDENT studies). Meer informatie over de TRIDENT studies is te vinden op www.meeroverNIPT.nl.

  • Op de website www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl kunnen jij en je partner meer lezen over de screening op down-, edwards- en patausyndroom en de verschillende testen. De website bevat ook de keuzehulp 'Bewust kiezen'. Deze kan helpen om gedachten over de screening op een rij te zetten.
  • Meer informatie over de NIPT, lees je op de website van de Verloskundige.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Zoek een verloskundige bij jou in de buurt

Ben je zwanger of heb je een kinderwens?

Neem dan contact op met een verloskundige.

Over deverloskundige.nl

Deze site is een initiatief van de KNOV, de beroepsorganisatie van verloskundigen.

Naar knov.nl