de Verloskundige

Borstvoeding

Borstvoeding geven is het logische vervolg op je zwangerschap en bevalling. Tijdens je zwangerschap ondergaat je lichaam onder invloed van hormonen allerlei veranderingen, zodat het voorbereid wordt om je kind straks van moedermelk te kunnen voorzien. Je kind zal een aantal aangeboren reflexen hebben, welke hem helpen om aan de borst te leren drinken.

Bij de ene vrouw gaat borstvoeding geven vlot en voorspoedig, bij de andere is dit natuurlijke proces niet zo vanzelfsprekend. Hoewel je lichaam en je kind voor borstvoeding gemaakt zijn, is het iets wat jullie samen moeten leren. In de eerste weken kost dit meestal veel tijd. Uiteindelijk zullen de voedingen steeds gemakkelijker verlopen.

Voeding en bescherming in één

Het lijfje van je kind is ervoor gemaakt om moedermelk te verteren en ervan te groeien. Tevens vullen de honderden verschillende (ook levende) ingrediënten in moedermelk het niet-volgroeide afweersysteem van je kind aan. Pas rond tweejarige leeftijd functioneert het afweersysteem op volle sterkte. Tot die tijd helpt moedermelk je kind om deze kwetsbare periode zo gezond mogelijk te kunnen overbruggen.

Unieke binding

Tijdens het geven van borstvoeding heb je vanzelfsprekend lichaamscontact met je kind en komt het hechtingshormoon oxytocine vrij. Dit bindt jou en je kind op unieke wijze: het hormoon komt via jouw melk ook bij je kind terecht. Oxytocine heeft tevens een ontspannende werking op jullie beiden. Een bijkomend effect hiervan is het weer sneller (diep) slapen na een nachtvoeding.

Voorbereiding op de borstvoedingsperiode

Ter voorbereiding kun je tijdens de zwangerschap een goed boek over borstvoeding lezen of met je partner naar een informatiebijeenkomst gaan. Je kunt er ook voor kiezen om vooraf contact te zoeken met een lactatiekundige (zie hoofdstuk 6) en samen een plan van aanpak te maken. Bijvoorbeeld als je bij een eerder kind een voedingsprobleem hebt meegemaakt. Of als je je afvraagt of borstvoeding geven wel een optie voor jou is, zoals bij medicijngebruik of na een borstoperatie.

Colostrum

De eerste beetjes moedermelk die je kind drinkt, wordt 'colostrum' genoemd. Deze melk zit boordevol antistoffen om een baby direct na zijn geboorte optimaal te beschermen tegen infecties. De frequentie en techniek van die eerste aanlegmomenten bepalen in hoge mate het welslagen van de borstvoedingsperiode. Een baby "onthoudt" hoe hij aan de borst moet drinken, zodat hij bij volgende aanlegmomenten weet wat hij moet doen.

Aanleggen

De ene baby leert sneller dan de andere, dus het kost soms wat tijd en oefening om het aanleggen onder de knie te krijgen. Het is belangrijk dat je kind zoveel mogelijk borstweefsel in zijn mondje neemt. Niet alleen je tepel, maar ook een groot gedeelte van de tepelhof, de brede 'ring' rondom je tepel. In het begin kan het aanleggen wat gevoelig zijn. Pijn is echter altijd een signaal dat je serieus moet nemen. Meestal gaat er dan iets niet goed bij het aanleggen, wat ook tot gevolg kan hebben dat je kind niet genoeg melk binnenkrijgt. Goed aanleggen voorkomt veel problemen en is de sleutel tot een succesvolle borstvoedingsperiode!

De eerste dagen

In de kraamweek zal je bij het aanleggen regelmatig begeleid worden door de kraamverzorgende of verpleegkundige(n). Het is hierbij belangrijk dat je een voedingshouding kiest die je prettig vindt. Je kind wordt door de kraamverzorgende of verpleegkundige(n) en je verloskundige goed in de gaten gehouden. Zijn gedrag wordt geobserveerd en er wordt gelet op hoe hij drinkt. Hij wordt regelmatig gewogen, het aantal poep- en plasluiers wordt geteld en de huidskleur wordt beoordeeld op geelzien. Dit zijn manieren om te zien of een baby voldoende melk binnenkrijgt.

Bijvoeden

Soms is het nodig om je kind tijdelijk extra voeding bij te geven, in overleg met je verloskundige. Dit kan op allerlei manieren, zoals met een lepeltje, cupje, voedingsspuitje, rechtstreeks aan de borst met een dun slangetje of een fles. Kies een methode die het beste bij jullie situatie past.

Hoewel er geen wetenschappelijk bewijs voor is, blijkt in de praktijk dat bij sommige baby's zuigverwarring optreedt wanneer zij behalve via de borst ook op andere manieren melk toegediend krijgen. Plots een ander mondgevoel en/of een andere melkstroom kunnen een baby frustreren en zijn borstdrinktechniek verstoren. Voorzichtigheid is daarom geboden: voed je kind op zorgvuldige wijze bij, ongeacht de gekozen methode.

Soorten bijvoeding

Afgekolfde eigen moedermelk verdient de voorkeur om je kind mee bij te voeden. Hoewel bij een tekort aan eigen moedermelk meestal kunstmatige zuigelingenvoeding wordt gegeven, heeft donormelk van een andere borstvoedende moeder (bijvoorbeeld van een goede bekende uit je directe omgeving) de voorkeur. Als je van tevoren weet dat de kans op bijvoeden groot is (bijvoorbeeld na een geplande keizersnede) kun je ervoor kiezen om in je zwangerschap moedermelk af te kolven en in te vriezen voor gebruik in de kraamweek. Vraag je verloskundige naar de mogelijkheden.

Kolven

Wanneer je kind bijvoeding nodig heeft, zal je verloskundige adviseren om te gaan kolven. In de eerste dagen kun je afkolven met de hand en hoef je (nog) geen kolfapparaat te gebruiken. De hoeveelheid colostrum is waarschijnlijk nog klein en de druppels zijn gemakkelijk op te vangen en toe te dienen met een lepeltje. Indien ook na de eerste dagen gekolfd wordt, is een goed werkende elektrische (huur)kolf een handig hulpmiddel. De borstschilden die je bij een kolfapparaat gebruikt, zijn in verschillende maten verkrijgbaar. Jouw maat is afhankelijk van de grootte van je tepels.

Moeilijke momenten

Ondanks motivatie en goede voorbereiding, kan een borstvoedingsproces soms toch niet vlekkeloos verlopen. Bij het welslagen van een borstvoedingsproces spelen vele factoren een rol: het verloop van de bevalling, de kwaliteit van je nachtrust, of je kind van jou gescheiden is (geweest), de gezondheid van je kind, de begeleiding die je krijgt, etc.

Op moeilijke momenten is het belangrijk dat je de juiste hulp en ondersteuning krijgt. Bij pijnlijke tepels, moeite met aanleggen, te weinig of teveel melk, een meerling of borstontsteking kan een lactatiekundige ingeschakeld worden.

Te weinig melk?

Veel moeders hebben in de eerste weken na de bevalling zorgen over hun hoeveelheid voeding, omdat de borsten niet meer zo gespannen aanvoelen als in de kraamweek. Soepelere borsten zijn echter een teken dat vraag en aanbod in evenwicht aan het komen zijn. Wanneer je kind voldoende blijft plassen (minstens 5 flinke plasluiers), komt hij niets tekort.

Wanneer borstvoeding geven echt niet lukt

Soms wil borstvoeding, ondanks alle inzet en goede wil, niet lukken. Er zijn vrouwen die verdriet hebben wanneer zij besloten hebben om te stoppen met borstvoeding geven. Deze gevoelens zijn normaal. Gelukkig kun je op meerdere manieren werken aan een goede basis voor je kind.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Zoek een verloskundige bij jou in de buurt

Ben je zwanger of heb je een kinderwens?

Neem dan contact op met een verloskundige.

Over deverloskundige.nl

Deze site is een initiatief van de KNOV, de beroepsorganisatie van verloskundigen.

Naar knov.nl