Bron: Hester HielkemaNa een gezonde zwangerschap, zonder extra risico's, ga je bevallen in de eerste lijn. Dat betekent: thuis, in een geboortecentrum of in het ziekenhuis zonder medische reden (poliklinisch). Je bevalt met een verloskundige die ook je zwangerschap heeft begeleid.
Tijdens de bevalling kan er een reden zijn voor extra hulp van het ziekenhuis. Dat heet: een medische indicatie. In overleg met jou draagt je verloskundige de zorg over aan de zorgverleners van het ziekenhuis. Die begeleiden je bevalling verder. Het heet dan een medische bevalling.
In dit artikel kan je lezen:
Hier lees je meer over het verschil tussen thuis, poliklinisch en medisch bevallen.
Een bevalling wordt medisch wanneer je ziekenhuiszorg nodig hebt. Dat is hulp van zorgverleners, medicijnen en/of apparatuur van het ziekenhuis.
Ga je tijdens je zwangerschap voor je controles naar een verloskundigenpraktijk? Dan begeleidt een verloskundige die daar werkt meestal ook de bevalling. Dit kan bij jou thuis, in een geboortecentrum of in het ziekenhuis zonder medische reden (poliklinisch). Dit heet eerstelijns zorg.
Heb je tijdens je bevalling extra hulp nodig, waarvoor je alleen in het ziekenhuis terecht kan? Dan bespreekt je verloskundige dit met je. In overleg met jou draagt ze de zorg over aan het ziekenhuis. Na de overdracht word je verder geholpen door de zorgverleners van het ziekenhuis. Dit heet ook wel: een medische bevalling of bevallen in de tweede lijn.
Bij 97 van de 100 bevallingen is een overdracht zonder spoed. De reden is dan bijvoorbeeld dat iemand een ruggenprik wil. Of dat er weeënopwekkers nodig zijn (medicijn om de weeën sterker te maken). Bij 3 van de 100 bevallingen is er wel spoed. Dan ga je met een ambulance naar het ziekenhuis.
Een bevalling wordt medisch als er een medische indicatie (reden) is om in het ziekenhuis te bevallen. Het betekent dat er hulp nodig is van zorgverleners, medicijnen en/of apparatuur van het ziekenhuis.
Tijdens een bevalling kunnen er verschillende medische indicaties ontstaan. Sommige komen weinig voor, andere vaker. Hieronder staan medische indicaties die het vaakst voorkomen:
Als er tijdens de bevalling een medische reden ontstaat om naar het ziekenhuis te gaan, overlegt je verloskundige dit met jou. Besluiten jullie samen dat ziekenhuiszorg het beste is? Dan regelt je verloskundige de overdracht en helpt ze jou hierbij. Daarbij spelen verschillende dingen mee.
De verloskundige belt eerst het ziekenhuis waar je het liefst naartoe wil. Soms is daar geen plek. Dan belt je verloskundige het volgende ziekenhuis in jouw regio. Bij spoed belt ze altijd het ziekenhuis dat het dichtstbij is.
Meestal ga je zelf met de auto naar het ziekenhuis. Je partner rijdt, of iemand anders die jou steunt bij je bevalling. Als er spoed is, ga je met de ambulance. Soms is dat ook beter als er geen spoed is. Bijvoorbeeld als het persen te lang duurt (niet vordert). Dan kan je onderweg liggen en ben je sneller in het ziekenhuis voor hulp.
Je verloskundige gaat meestal mee om de zorg goed over te dragen aan het ziekenhuis. Ze helpt je op weg en zorgt dat je niet alleen bent. Je verloskundige rijdt achter jullie aan.
Je meldt je in het ziekenhuis bij de verloskamers of bij de poli gynaecologie. Dat hangt af van het ziekenhuis en de medische reden. Je verloskundige legt dit uit en helpt je.
Dan ga je met de ambulance. Je verloskundige belt het ziekenhuis en vertelt de gynaecoloog over jouw situatie. Ze zorgt dat je zo snel mogelijk de juiste hulp krijgt.
Als je bevalling medisch wordt, ga je naar het ziekenhuis. Een verpleegkundige heet je welkom. Die legt uit wat er als eerste nodig is en hoe dit gaat. Dit is meestal als eerste nodig:
Vaak gebeurt dit snel achter elkaar. Soms zijn meerdere verpleegkundigen hier tegelijkertijd mee bezig. Zo krijg je sneller de zorg waarvoor je naar het ziekenhuis bent gekomen. Gaat het je te snel? Heb je vragen? Geef het aan. Dan kunnen ze even wachten en rustig meer uitleg geven.
Ook komt er een klinisch verloskundige bij je. Dit is een verloskundige die in het ziekenhuis werkt. Of er komt een gynaecoloog (in opleiding). Deze kijken welke zorg er precies nodig is. Dat hangt af van de medische reden waarom je in het ziekenhuis bent en van wat jij wilt. Het advies kan bijvoorbeeld zijn: inwendig onderzoek (in je vagina) om te kijken hoever de bevalling is en welke pijnmedicatie het beste is. Of een echo om te kijken hoe je baby in je bekken ligt. Over het advies krijg je uitleg.
Er werken verschillende zorgverleners op de verloskamers. Je krijgt niet altijd met iedereen te maken. Dat hangt van je medische situatie af. Deze mensen werken er:
Er kunnen ook studenten zijn, die praktijkervaring opdoen. Zoals studenten verpleegkunde, verloskunde of geneeskunde (co-assistenten). Als je liever geen studenten bij je bevalling wil, mag je dit altijd aangeven.
In een geboorteplan schrijf je op wat je belangrijk vindt bij jouw bevalling. Ook als het anders gaat dan je hoopt. Hier lees je hoe je een geboorteplan maakt. Sommige mensen denken dat een geboorteplan zinloos is als de bevalling medisch wordt. Dat klopt niet. Juist zorgverleners die jou nog niet kennen, vinden het goed om te lezen wat jij belangrijk vindt. En veel dingen kunnen hetzelfde blijven als je bevalling medisch wordt. Zoals:
Als je na de bevalling naar huis gaat, neemt je verloskundige de zorg weer over. Soms kan je een paar uur na de geboorte al naar huis. Soms is het belangrijk dat het ziekenhuis je baby en/of jou nog een dag (of langer) in de gaten houdt. Het hangt af van de medische reden waarom je in het ziekenhuis bent bevallen.
Meestal komt je verloskundige de dag na thuiskomst bij je thuis. Ze komt kijken hoe het met jou en je baby gaat. Ook kan je met haar over de bevalling praten. In de kraamweek komt je verloskundige nog een paar keer op bezoek. Ze houdt de gezondheid van je baby in de gaten en ze ondersteunt jou bij je herstel en de start van het moederschap.
Amelink‐Verburg, M., Verloove‐Vanhorick, S., Hakkenberg, R., Veldhuijzen, I., Gravenhorst, J. B., & Buitendijk, S. (2007). Evaluation of 280 000 cases in Dutch midwifery practices: a descriptive study. BJOG An International Journal Of Obstetrics & Gynaecology, 115(5), 570–578. https://doi.org/10.1111/j.1471-0528.2007.01580.x
Blix, E., Kumle, M., Kjærgaard, H., Øian, P., & Lindgren, H. E. (2014). Transfer to hospital in planned home births: a systematic review. BMC Pregnancy And Childbirth, 14(1), 179. https://doi.org/10.1186/1471-2393-14-179
Bolten, N., De Jonge, A., Zwagerman, E., Zwagerman, P., Klomp, T., Zwart, J. J., & Geerts, C. C. (2016). Effect of planned place of birth on obstetric interventions and maternal outcomes among low-risk women: a cohort study in the Netherlands. BMC Pregnancy And Childbirth, 16(1), 329. https://doi.org/10.1186/s12884-016-1130-6
verloskundige kennis, ervaring en expertise.