Sterrenkijker en andere hoofdliggingen

Bevalling
SterrenkijkerBron: Milou Dijkstra Fotografie

In het kort

De meeste baby’s liggen tijdens de bevalling met hun hoofd naar beneden in het bekken. Dit heet een hoofdligging. Het vaakst gaat een baby met het gezicht naar de rug van de moeder liggen. Het achterhoofd ligt dan aan de kant van de buik van de moeder. Dit heet een achterhoofdsligging. Zo past het hoofdje het beste door het bekken. 

Soms ligt een baby anders. Bijvoorbeeld met het gezicht richting de buik van de moeder (een ‘sterrenkijker’). Dat kan ervoor zorgen dat de bevalling trager gaat en/of dat er hulp bij nodig is. Hieronder lees je welke hoofdliggingen kunnen voorkomen en wat dit betekent voor de bevalling.

Wat is een hoofdligging?

De meeste baby’s gaan tussen week 32 en 36 van de zwangerschap met het hoofd naar beneden liggen. Dit heet een hoofdligging. Het gebeurt vanzelf, doordat de baarmoeder de vorm van een peer heeft: breed bovenaan en smaller onderaan. Als de baby met het hoofd in het smalle deel gaat liggen, heeft de rest van het lichaam meer ruimte hoger in de baarmoeder.  

Je verloskundige voelt tijdens de zwangerschap regelmatig aan je buik hoe je baby ligt. Doordat je baby groeit, krijgt die steeds minder ruimte voor grote bewegingen in de baarmoeder. Na 34 weken blijft een baby meestal in dezelfde houding liggen. Daarom controleert de verloskundige met 35 weken of de baby met het hoofd of de billen naar beneden ligt. Bij twijfel kan ook met een echo worden gekeken hoe de baby ligt.

Een klein deel van de baby's ligt aan het eind van de zwangerschap met de billen (stuit) naar beneden in de buik. Dit heet een stuitligging. Hier vind je meer informatie.

Hoe gaat het hoofd van de baby door het bekken tijdens de bevalling?

Tijdens de bevalling maakt je baby twee keer een draai met het hoofd. Deze draaien heten: de spildraaien. Eerst draait de baby in het bekken (de inwendige spildraai) en dan nog een keer buiten het bekken (de uitwendige spildraai). De spildraaien zijn nodig vanwege de vorm van het bekken:  

  • De ingang van het bekken (bovenaan) is het grootst van links naar rechts. De meeste ruimte is dus overdwars, tussen je beide heupen. 
  • De uitgang van het bekken (onderaan) is het grootst van voor naar achter. De meeste ruimte zit tussen je schaambot en je staartbeen.   

Inwendige spildraai 

Om het bekken in te gaan, gaat de baby met het gezicht naar de zijkant van de moeder liggen. Zo past het hoofdje precies in de ingang van het bekken. In het bekken draait het hoofd een kwartslag. Zo komt het gelijk te liggen met de uitgang van het bekken. Dit is de inwendige spildraai. Meestal draait het gezicht van de zijkant naar de achterkant van de moeder. De kin gaat naar de borst, waardoor het achterhoofd wat naar beneden wijst. Zo past het hoofd het beste door het bekken, want de omtrek van het achterhoofd is het kleinst.  

Drie dingen zijn belangrijk voor de inwendige spildraai:  

  1. Sterke weeën, die helpen je baby bewegen.
  2. Tegendruk door de vorm en de spieren in het bekken. Dit stuurt het hoofdje. 
  3. Mogelijkheid voor de baby om de nek te bewegen. Daardoor kan het hoofd draaien en kan de kin naar de borst bewegen. 

Uitwendige spildraai 

Het hoofd van een baby wordt meestal geboren met het gezicht naar de achterkant van de moeder. Als het hoofd is geboren, draait het naar opzij. Dit is de uitwendige spildraai. De schouders draaien mee, binnen in het bekken. Daarna gaat de ene schouder langs het schaambeen naar buiten en de andere langs het staartbeen. Zo passen de schouders door de uitgang van het bekken.

Hoe ligt het hoofd van de baby meestal in het bekken tijdens de bevalling?

De meeste baby’s liggen tijdens de bevalling in een achterhoofdsligging. Het achterhoofd ligt tegen het schaambot van de moeder en wijst wat naar beneden. Het achterhoofd is kleiner dan de bovenkant van het hoofd (het heeft een kleinere omtrek). Daarom past het hoofd het makkelijkst door het bekken in een achterhoofdsligging.  

Welke andere hoofdliggingen zijn er en wat betekent dit voor de bevalling?

Meestal ligt een baby tijdens de bevalling met het hoofd naar beneden in het bekken. Het gezicht draait naar de achterkant van de moeder en het achterhoofd naar het schaambot. In deze ligging past het hoofd het makkelijkst door het bekken. Maar soms ligt het hoofd anders. De medische term hiervoor is: afwijkende hoofdligging. Deze vier andere hoofdliggingen zijn er:  

1. Sterrenkijker: achterhoofd achter

Bij een sterrenkijker draait het achterhoofd naar de rug van de moeder. Het gezicht van de baby wijst naar voren. Dit gebeurt soms bij een kleine baby. Het kan ook komen door te weinig tegendruk (weerstand) van de bekkenbodemspieren. Bijvoorbeeld bij een tweede kind, dan is de bekkenbodem vaak slapper.  

Bij een sterrenkijker kan de bevalling langzamer gaan of stoppen. Het hoofd past minder makkelijk door het bekken of de weeën zijn niet sterk genoeg. Je kan ook eerder persdrang voelen, doordat het hoofd meer drukt tegen je endeldarm (boven je anus). Ook is de kans op inscheuren groter, doordat het hoofd meer ruimte nodig heeft voor de geboorte. De baby krijgt de kin minder goed op de borst, waardoor de bovenkant van het hoofd door de uitgang komt in plaats van het kleinere achterhoofd.  

2. Kruinligging: kruin eerst

De kruin is de bovenkant van het hoofd. De omtrek van de kruin is groter dan de omtrek van het achterhoofd. Bij een kruinligging gaat de baby met de kruin het bekken in. Daarom is er meer ruimte in het bekken nodig. Dit hoeft geen probleem te zijn. Als de baby klein is, of als je genoeg ruimte in je bekken hebt, past het gewoon. Als je bijvoorbeeld op handen en knieën bevalt, wordt de ruimte in je bekken groter.   

Soms kan een baby in kruinligging niet goed draaien met het hoofd om door het bekken te komen. Of de baby komt niet dieper in het bekken doordat de weeën minder sterk zijn. Dan kan een keizersnede nodig zijn.  

3. Voorhoofdsligging: voorhoofd eerst

Bij een voorhoofdsligging gaat de baby met het voorhoofd het bekken in, in plaats van het achterhoofd. Het hoofd past daardoor niet goed door het bekken. Soms draait het hoofd tijdens de bevalling nog bij, waardoor het beter past. Als dit niet gebeurt, is er meestal een keizersnede nodig. 

4. Aangezichtsligging: gezicht eerst

Hierbij is het hoofd ver naar achteren gebogen. Daardoor gaat de baby met het gezicht als eerste het bekken in. De baby kan zo via de vagina geboren worden, maar de bevalling duurt vaak langer. Deze houding komt niet vaak voor. De verloskundige kan tijdens de bevalling voelen of zien dat de baby zo ligt, en kan je goed begeleiden.  

Het gezicht van de baby kan gezwollen zijn na de geboorte. Dat komt omdat er veel druk op komt tijdens de weeën en het persen. Ook de ogen, neus en lippen kunnen gezwollen zijn. Dit gaat meestal binnen een paar dagen over. Soms is de keel ook een beetje gezwollen. Dan heeft de baby even hulp nodig bij het ademen.

Merk je het als je baby anders in het bekken ligt?

Sommige vrouwen merken het als hun baby als sterrenkijker in het bekken ligt. Of in een andere afwijkende hoofdligging. Bijvoorbeeld doordat ze veel druk of persdrang voelen, terwijl de baarmoedermond nog niet ver genoeg open is voor de geboorte. Twijfel je over wat je voelt? Of maak je je er zorgen over? Vertel het je verloskundige. Die kan tijdens de bevalling onderzoeken hoe de baby ligt en je hierbij begeleiden. 

Kan de verloskundige voelen hoe het hoofd van je baby in het bekken ligt?

Tijdens de bevalling kan je verloskundige inwendig onderzoek doen, als je dat wilt. Daarbij brengt deze vingers in je vagina en voelt naar je baarmoedermond. De verloskundige kan voelen hoe ver de baarmoedermond open is (ontsluiting). Als de baarmoedermond ver genoeg open is, kan de verloskundige ook voelen hoe het hoofd van de baby ligt. 

Een afwijkende hoofdligging hoeft geen probleem te zijn. Een baby beweegt tijdens de bevalling en kan vaak nog anders gaan liggen met het hoofd. De verloskundige kan je bepaalde houdingen aanraden, zodat je baby wat bijdraait. 

Als dit niet genoeg helpt, bespreekt de verloskundige met je welke medische hulp er mogelijk is. Soms is dat een medicijn om de weeën sterker te maken. Maar een keizersnede kan ook de veiligste optie zijn.

Bevalhoudingen om meer ruimte te maken in het bekken

Tijdens de bevalling draait het hoofd van je baby, om in de beste houding te komen voor de geboorte. Jouw houdingen en bewegingen kunnen daarbij helpen. Die hebben namelijk invloed op de ruimte binnen in het bekken. Dit kan je bijvoorbeeld proberen: 

  • regelmatig van houding wisselen;
  • bewegingen maken die goed voelen;
  • op je zij liggen; 
  • op handen en knieën zitten;
  • staan of lopen;  
  • op een bal zitten en bewegen met je heupen;
  • hurken. 

Hier kan je meer lezen over bevalhoudingen.

Bronnen

Praktische Verloskunde (vertiende, herziene druk. editie). (2019). Bohn Stafleu van Loghum.

Gebaseerd op

verloskundige kennis, ervaring en expertise.

Gerelateerde artikelen