
Een zwangerschap duurt ongeveer 40 weken. In de verloskundige zorg wordt de zwangerschap verdeeld in 3 trimesters van elk ongeveer 13 weken. Elk trimester heeft eigen kenmerken. Die gaan bijvoorbeeld over de ontwikkeling van de baby en wat je merkt aan je lichaam. Dit artikel is een kort overzicht van wat er in de verschillende trimesters gebeurt.
Hier vind je een handig artikel met praktische regeldingen per trimester.
Het woord trimester betekent: periode van 3 maanden. In de verloskundige zorg wordt de zwangerschap verdeeld in 3 trimesters van ongeveer 13 weken. Het laatste trimester duurt tot de bevalling. Gemiddeld is dit bij 40 tot 41 weken zwangerschap. Zo is het verdeeld:
De verloskundige gebruikt de trimesters om te beoordelen hoe het met jou en de zwangerschap gaat. Bij elk trimester passen namelijk andere kenmerken en ontwikkelingen. Ben je bijvoorbeeld misselijk? In het eerste trimester is dit normaal, maar in een later trimester kan het misschien betekenen dat er een onderzoek naar je gezondheid nodig is.
Het eerste trimester loopt van het begin van de zwangerschap tot en met 12 weken. Het begint met de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoeder. Het embryo (vruchtje) gaat groeien en de belangrijkste organen worden aangelegd. Zoals het hart, de hersenen, het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Aan het eind van het eerste trimester werken de meeste organen en is er een placenta gegroeid. Vanaf 12 weken is het officiële woord voor de baby niet meer embryo, maar foetus.
Er verandert veel in de aanmaak van je hormonen. Dat is nodig voor de zwangerschap. Je kan dit merken aan je lichaam. Bijvoorbeeld aan gevoelige borsten en misselijkheid. Ook kan je vermoeid zijn. Vaak moeten plassen, verstopping (obstipatie) en een opgeblazen gevoel komen ook veel voor. De hormonen kunnen ook invloed hebben op je stemming: je kan sneller emotioneel zijn, van gauw in tranen tot intens blij.
Als je niet ongesteld wordt, kan je een zwangerschapstest doen. Ben je zwanger, dan kan je je aanmelden bij een verloskundigenpraktijk. Rond 8 weken krijg je de eerste afspraak bij de verloskundige. Dit is de intake. Je kan dan ook een bloedonderzoek laten doen, daarover staat informatie in dit artikel. Tussen week 9 en 12 krijg je een termijnecho aangeboden, om je uitgerekende datum vast te stellen. Ook kan je de NIPT-test laten doen, om te kijken of er kans is op een DNA-afwijking bij de baby. Je verloskundige vertelt je hier meer over.
Dit zijn wat algemene adviezen voor het eerste trimester:
Het tweede trimester loopt van week 13 tot en met week 26 van de zwangerschap. In deze periode gaan de meeste organen zich ontwikkelen, zoals de geslachtsorganen. Andere organen beginnen met werken. De nieren zorgen er bijvoorbeeld voor dat de baby gaat plassen. Ook de zintuigen beginnen te werken, daardoor gaat je baby jouw stem horen. Veel bewegen doet je kind ook. Niet alleen met de armen en benen, maar ook met de spieren die nodig zijn om te slikken, zuigen en na de geboorte te ademen.
Bij veel zwangeren wordt de misselijkheid minder en komt er weer meer energie. Je buik groeit: je gaat in deze periode duidelijk zien dat je zwanger bent. Daarbij kan je ook bandenpijn en lage rugpijn hebben. Misschien zie je een donkere streep over je buik verschijnen (linea nigra). Of krijg je juiste kleine donkere of witte streepjes op je huid (striae). Kramp in je benen, brandend maagzuur en aambeien kunnen er ook bij horen. En een heel bijzondere ervaring: je gaat de bewegingen van je baby voelen.
Tot 24 weken heb je meestal elke 4 weken een controle. Vanaf 24 weken wordt dit eens per 3 weken. Met 20 weken kan je een medisch echo-onderzoek laten doen. Hierbij wordt gekeken of de baby lichamelijke afwijkingen heeft. Je verloskundige bespreekt dit met je en je kan hier meer lezen over deze onderzoeken.
Dit zijn wat algemene adviezen voor het tweede trimester
Het derde trimester loopt van week 27 tot aan de bevalling. Je baby groeit vooral in gewicht: er komt een vetlaag rondom de organen en botten. Ook gaan de organen zich verder rijpen. Dat betekent dat ze zich voorbereiden om straks hun werk te doen buiten de buik. De longen gaan bijvoorbeeld een stofje aanmaken waardoor de baby na de geboorte kan gaan ademen. Het kraakbeen verandert in bot, onder meer in de benen, maar de schedel blijft zacht. Dan past het hoofdje tijdens de geboorte makkelijker door de vagina. Je baby krijgt steeds minder ruimte in de baarmoeder en gaat meestal met het hoofd naar beneden liggen (hoofdligging). Sommige baby liggen met de billen naar beneden (stuitligging).
Je voelt je baby steeds beter bewegen en op je reageren. In de weken voor de bevalling kan je merken dat je baby indaalt en dieper in het bekken gaat liggen. Ook kan er al melk uit je tepels komen. Langzaam bereiden je lichaam en je hersenen zich voor op de bevalling en het moederschap. In de laatste weken kom je gemiddeld nog ongeveer 4 kilo aan. Door je grote buik kan je misschien minder lekker zitten, lopen en slapen. Vocht vasthouden, harde buiken, kortademigheid: veel bijna-moeders zullen dit herkennen. Net als het vrolijke gevoel dat de baby bijna komt.
Je ziet je verloskundige steeds vaker. Met 27 weken zijn de afspraken om de 3 weken, vanaf 32 weken wordt dit om de 2 weken. Na 36–37 weken kom je elke week op controle. Zo kan de verloskundige jouw gezondheid en de groei en ligging van je baby goed in de gaten houden. Rond 36 weken bespreek je de bevalling met je verloskundige. Deze wil graag weten wat jouw wensen zijn. Bijvoorbeeld of je thuis wilt bevallen, wie je gaat steunen en of je misschien in bad of op een baarkruk wilt. Ook krijg je uitleg van wat je ongeveer kan verwachten van de bevalling. Hier kan je meer lezen over keuzes rondom de bevalling en een geboorteplan.
Dit zijn wat algemene adviezen voor het derde trimester:
Na de bevalling komt de kraamperiode. Dan gaat je lichaam herstellen van de zwangerschap en de bevalling. De aanmaak van hormonen verandert weer en de borstvoeding komt op gang. Je baby went aan het leven buiten de buik en je gaat ontdekken hoe het is om een (nieuw) gezin te zijn. Sommige mensen noemen deze periode: het vierde trimester. Dit zijn de eerste 3 maanden na de geboorte.
Het vierde trimester is geen officiële term, maar het geeft aan dat de tijd van herstellen en wennen langer duurt dan de kraamweek. En vaak ook langer dan 6 weken, wanneer je de laatste afspraak bij de verloskundige hebt. Hier vind je meer informatie over de periode na de bevalling.
Prins, M., Van Roosmalen, J., Smit, Y., Scherjon, S., & Van Dillen, J. (2019). Praktische verloskunde.
verloskundige kennis en expertise.